De transitievergoeding bij ontslag bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt jaar. De transitievergoeding is wettelijk verplicht. Let op: de transitievergoeding geldt alleen bij ontslag via UWV of kantonrechter. Echter, ontslag hoeft niet via UWV of kantonrechter te lopen.
De hoogte van de transitievergoeding die uw werkgever betaalt bij ontslag wordt bepaald op basis van 2 onderdelen: uw maandsalaris en de duur van het dienstverband. De vergoeding is maximaal € 84.000 bruto. Of, als uw jaarsalaris hoger is dan € 84.000, maximaal 1 bruto jaarsalaris.
Over deze ontslagvergoeding houdt uw werkgever loonbelasting in. Het bedrag dat op uw rekening wordt gestort is dus lager (netto ontslagvergoeding). Hoeveel belasting u betaalt ligt aan de hoogte van uw ontslagvergoeding en aan uw jaarinkomen, dus wat u verder in het jaar hebt verdiend.
Zodra u de
transitievergoeding op uw bankrekening ontvangt,
moet u
over het bedrag (inkomsten)
belasting betalen. De
Belastingdienst ziet de
transitievergoeding als inkomen.
Belasting betalen over transitievergoeding.
| Inkomen in 2021 | Belasting percentage |
|---|
| 0 - 68.507 | 37,1 % |
| 68.507 en hoger | 49,5 % |
De transitievergoeding bedraagt in 2021 maximaal € 84.000 of het jaarsalaris als dat hoger is dan € 84.000.
Je hebt hier altijd recht op: als je ontslagen wordt, maar ook als je zelf ontslag neemt. Opzeg van meer dan 26 weken: in de laatste 26 weken kan je je sollicitatieverlof van 1 volle of 2 halve dagen per week opnemen. in de periode daarvoor mag je 1 halve dag per week afwezig zijn.
Als u zelf ontslag neemt, hebt u in principe geen recht op een werkloosheidsuitkering. Concreet zal de RVA van u willen horen waarom u uw werk hebt opgezegd, en op basis daarvan uw uitkering wellicht een tijdlang schorsen. Na die schorsing kunt u opnieuw een uitkering aanvragen.
uitbetaling transitievergoedingJe moet de transitievergoeding bij het einde van het dienstverband met je medewerker uitbetalen, tegelijk met de eindafrekening van niet-genoten vakantiedagen, vakantiegeld en dergelijke. Dat moet binnen een maand na het einde van het dienstverband gebeuren.
De wijze waarop de duur van je opzegtermijn berekend wordt - of je nu zelf ontslag neemt, of ontslagen bent door je werkgever - hangt in eerste instantie af van de aanvangsdatum van je arbeidsovereenkomst. Indien je na 1 januari 2014 bent gestart, gelden de nieuwe opzeggingstermijnen.
Berekening ontslagvergoeding bij bediendenDe arbeidsovereenkomstenwet stelt dat de opzegvergoeding gelijk is aan het loon dat overeenstemt met de duur van de opzegtermijn, of met het resterende gedeelte van die termijn.
De transitievergoeding bedraagt in de basis 1/6 maandelijks rekenloon per half jaar dat het dienstverband duurt. De transitievergoeding is in 2020 gemaximeerd op € 81.000,- bruto, of een jaarsalaris als dat meer is.
U bent als werkgever verplicht om een transitievergoeding te betalen indien u besluit de arbeidsovereenkomst te beëindigen of niet voort te zetten, ongeacht de duur van het dienstverband en ongeacht of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Bij ontslag krijgt u een financiële vergoeding van uw werkgever. Dit heet de transitievergoeding. Voorwaarde is dat het initiatief om het dienstverband te beëindigen of niet voort te zetten bij uw werkgever ligt. Dit geldt voor zowel vaste als tijdelijke werknemers.
De vaststellingsovereenkomst moet WW-vriendelijk worden geformuleerd. Dit houdt in dat in de vaststellingsovereenkomst duidelijk naar voren moet komen dat de werkgever het initiatief heeft genomen, dat jou geen verwijt kan worden gemaakt en dat er geen sprake is van een dringende reden.
Het is dus belangrijk om in de vaststellingsovereenkomst op te nemen dat gedurende de opzegtermijn het salaris wordt doorbetaald alsmede componenten van vakantiegeld, bonussen en 13emaand.